+ Bijtellingen
(eigenwoningforfait, auto van de zaak) → nivellerend
4
= Belastbaar inkomen →
door de drie schijven → bruto loonheffing
5
− Heffingskortingen →
nivellerend → te betalen belasting
6
Brutoloon − belasting = nettoloon
Drie van de stappen duwen aan de ene kant en één aan de andere. Of het stelsel per saldo
nivelleert, kun je dus nooit uit één stap afleiden — alleen uit de eindsom.
🤝
Samen — één casus, hardop
10 min
We doen er één samen, met jullie aan het woord. Ik schrijf alleen op.
Pieter — bruto € 64.000, hypotheekrente € 8.400 per jaar,
pensioenpremie € 200 per maand, WOZ-waarde € 420.000, benzineauto van de zaak met
cataloguswaarde € 28.000. Beide heffingskortingen.
Stap voor stap: wie doet stap 1? Wie stap 2?
✋
Even checken
3 min
Welke twee stappen verlagen het belastbaar inkomen, en welke verhogen het?
Iemand krijgt € 1.000 meer aftrekpost én € 1.000 meer bijtelling.
Verandert er iets?
✏️
Zelfstandig — twee levens
18 min
Youssef — bruto € 34.000, huurt een appartement,
pensioenpremie € 150 per maand, geen auto van de zaak.
Marit — bruto € 145.000, hypotheekrente € 18.000 per jaar,
pensioenpremie € 700 per maand, WOZ-waarde € 850.000, elektrische auto van de zaak,
cataloguswaarde € 62.000.
Beiden hebben recht op de algemene heffingskorting en de arbeidskorting.
Bereken voor beiden het nettoloon. Werk het stappenplan netjes af.
Bereken de verhouding tussen hun brutolonen, en daarna tussen hun nettolonen.
Is er sprake van nivellering? Onderbouw met die twee verhoudingen.
Welke stap in het stappenplan werkt bij Marit het sterkst in haar voordeel? Onderbouw.
🚀
Klaar? Dan dit
Youssef koopt een huis met een WOZ-waarde van € 300.000 en gaat € 9.000 per jaar aan
hypotheekrente betalen.
Bereken zijn nieuwe nettoloon.
Hoeveel levert het kopen van dat huis hem fiscaal op?
Marit zou met dezelfde hypotheekrente méér overhouden. Bereken hoeveel, en leg uit
waarom.
🔄
Afsluiten
3 min
Welke stap ging vlot en welke moet je nog oefenen?
🔁
Terugblik
4 min
Zes stappen van bruto naar netto — wie noemt ze alle zes?
🎯
Doelen
1 min
Je kunt een toetsvraag over de inkomstenbelasting binnen de tijd afmaken.
Je weet welke fouten jij zelf het vaakst maakt.
🧠
Zo werkt het — de vijf klassieke fouten
8 min
De heffingskorting van het inkomen aftrekken in plaats van van de belasting.
Het hoogste tarief over het hele inkomen toepassen in plaats van alleen over
het deel in die schijf.
Maandbedragen niet met twaalf vermenigvuldigen.
Bij een elektrische auto bóven € 40.000 tóch 12% pakken in plaats van 22%.
De gemiddelde druk over het belastbaar inkomen berekenen terwijl er om het brutoloon
gevraagd wordt. Lees altijd terug wat er precies staat.
Zet deze vijf boven aan je blaadje bij de toets. Ze kosten samen meer punten dan alle
inhoudelijke fouten bij elkaar.
🤝
Samen — foutje zoeken
8 min
Hieronder een uitwerking van een medeleerling. Er zitten drie fouten in.
Bruto € 90.000 · hypotheekrente € 6.000 · pensioenpremie € 400 per maand ·
WOZ € 500.000 · geen auto
Wie vindt de drie fouten? En wat is het juiste antwoord?
✋
Even checken
2 min
Waarom kan de gemiddelde druk nooit 55% zijn in dit stelsel?
✏️
Zelfstandig — toetsvraag op tijd
22 min
Twintig minuten. Timer staat op het bord. Werk uit alsof het de toets is:
antwoord, onderbouwing, berekening.
Selma — brutoloon € 96.000 per jaar. Zij betaalt € 11.400 hypotheekrente
en € 450 pensioenpremie per maand. De WOZ-waarde van haar woning is € 620.000.
Zij rijdt een elektrische auto van de zaak met een cataloguswaarde van € 38.000.
Zij heeft recht op beide heffingskortingen.
Bereken het belastbaar inkomen van Selma.
Bereken de te betalen belasting.
Bereken het nettoloon.
Bereken de gemiddelde heffingsdruk ten opzichte van het brutoloon.
Selma krijgt een auto van € 45.000 aangeboden, ook elektrisch. Leg met een berekening uit
waarom zij daar goed over moet nadenken.
🚀
Klaar? Dan dit
Bereken bij welk brutoloon Selma precies € 0 belasting zou betalen, gegeven haar
aftrekposten en bijtellingen. Bij welk inkomen bijten de heffingskortingen elkaar op?
🔄
Afsluiten
5 min
Hoeveel van de vijf klassieke fouten heb jij vandaag gemaakt?
Schrijf op wat je vóór de toets nog wilt oefenen. Dat neem ik mee naar week 43.