👋
Welkom bij economie
7 min
Ik ben Sebastiaan Huijbregts en ik geef jullie dit jaar economie.
Hieronder vijf getallen die iets over mij zeggen. Raad maar wat.
0,45 · 5 · 3 · 1 · 2026
Fout gokken mag. Dat hoort bij economie:
je werkt bijna altijd met onvolledige informatie.
🎯
Wat je aan het eind van dit uur kunt
2 min
- Je kunt uitleggen wat betalingsbereidheid is.
- Je kunt uitleggen waarom een vraaglijn daalt.
- Je kunt het verschil aangeven tussen een individuele en een
collectieve vraaglijn.
🎟️
Experiment: wat heb jij ervoor over?
12 min
Dit gebeurt niet echt. Maar stel:
Er is één kaartje te koop voor het concert van jouw
favoriete artiest. Vierde rij. Morgenavond.
Schrijf op een papiertje het hoogste bedrag dat jij daarvoor zou betalen.
Niet overleggen, niet afkijken. Eén bedrag.
Daarna steek je je hand op zolang je dit bedrag nog zou betalen:
€ 10 · € 25 · € 50 · € 100
· € 250 · € 500
Ik tel mee en zet de aantallen op het bord.
🧠
Zo werkt het — van jouw bedrag naar de vraaglijn
10 min
1
Het bedrag dat jij opschreef heet je betalingsbereidheid: de hoogste prijs
die jij voor één kaartje wilt betalen. Iedereen heeft een ander bedrag.
2
Vraag de prijs € 250, dan haken bijna alle vragers af. Alleen wie een betalingsbereidheid
van € 250 of méér heeft, koopt nog.
3
Zak je met de prijs, dan komen er steeds meer kopers bij.
Hoe lager de prijs, hoe groter de gevraagde hoeveelheid.
Daarom loopt een vraaglijn van linksboven naar rechtsonder.
4
Jouw eigen lijntje heet de individuele vraaglijn. Tel je alle klasgenoten bij
elke prijs op — precies wat we net deden — dan krijg je de
collectieve vraaglijn.
Op de horizontale as staat altijd de hoeveelheid (q),
op de verticale as de prijs (p). Onthoud dat goed: het staat op elke toets zo.
Wie koopt er bij een prijs van € 40: iemand met een betalingsbereidheid
van € 30, of iemand met € 60?
Loopt een vraaglijn omhoog of omlaag? En waarom?
✏️
Zelfstandig — de fietsenmarkt
12 min
In Amsterdam worden veel tweedehands fietsen verkocht. Vijf leerlingen willen er één kopen:
Isa is bereid maximaal € 200 te betalen · Joris € 120 ·
Fatima € 90 · Daan € 60 · Lotte € 45.
- Hoeveel fietsen worden er gevraagd bij een prijs van € 100? En bij € 50?
- Teken de collectieve vraaglijn van deze vijf. Zet q op de horizontale as en p verticaal.
- Bij welke prijs wordt er precies één fiets gevraagd?
- Leg met deze cijfers uit waarom de vraaglijn daalt.
Klaar? Maak dan de opdrachten die bij deze
paragraaf horen uit je lesbrief.
Wat is in één zin betalingsbereidheid?
Schrijf één ding op dat je van dit vak verwacht of van mij wilt weten.
Zonder naam mag ook — je levert het in bij de deur.