Wie ben ik, wie ben jij, en hoe werken we dit blok?
Nieuw schooljaar, nieuwe docent. Ik ben Sebastiaan Huijbregts en ik geef dit jaar economie op het 4e Gymnasium.
Deze les doen we drie dingen: we leren elkaar kennen, we doen een klein experiment waarin je meteen economie ziet werken, en ik laat je zien hoe we dit blok gaan werken.
Hieronder staan vijf getallen. Elk getal zegt iets over mij. Raad maar wat.
Roep maar wat. Fout gokken mag — dat hoort bij economie: je werkt bijna altijd met onvolledige informatie.
Nu jij. Schrijf drie getallen over jezelf op een strookje papier. Niet je naam erbij.
Daarna: je ruilt met je buurman of buurvrouw en probeert te raden wat de getallen betekenen. Je hebt drie keer raden per getal.
Dit gebeurt niet echt. Maar stel dat het wel zo was:
Je zingt tien seconden hardop een liedje voor de klas.
Schrijf op je papiertje het laagste bedrag waarvoor jij het zou doen. Niet overleggen, niet afkijken. Eén bedrag.
Daarna steek je je hand op bij elke drempel waar jouw bedrag onder zit:
Ik tel mee en zet de aantallen op het bord.
Kijk naar de aantallen op het bord en beantwoord samen:
Wat we net getekend hebben heet een aanbodlijn: hoe hoger de prijs, hoe meer er wordt aangeboden. Jullie waren de aanbieders, ik was de vrager.
En dat is precies waar hoofdstuk 8 over gaat: vraag en aanbod. Je hebt het vandaag al gedaan voordat je het geleerd hebt.
Alles wat we dit blok doen staat op één plek:
Let op: in de les werken we op papier. Deze site is voor thuis — om voor te bereiden, in te halen en te leren voor de toets.
Dit blok: hoofdstuk 8, Vraag en aanbod.
Proefwerk: week 45.
Oefentoets: week 44 — die telt niet mee, die is om te weten waar je staat.
Kickstarter: projectweek 41. Daar hoor je later meer over.
Twee zinnen op papier, voor jezelf:
Die tweede lever je in bij het uitgaan — zonder naam mag ook. Ik lees ze allemaal.
Tot week 36. Door het rooster zien we elkaar volgende week nog niet. Neem de volgende keer je lesbrief mee — dan beginnen we met hoofdstuk 8.