← Week 35
Deze week
Week 36 — 31 aug t/m 6 september
Week 3631 aug t/m 6 september 2026

Heffingskortingen

§ 2.2.3 — nivellering en inkomensafhankelijke kortingen

🔁

Terugblik

4 min
In welke volgorde reken je: eerst schijven of eerst korting?
Tarik had € 110.000 belastbaar inkomen. Wat kwam eruit?
🎯

Doelen

2 min
  • Je kunt voor meerdere inkomens de gemiddelde heffingsdruk met en zonder korting berekenen.
  • Je kunt met cijfers aantonen dat heffingskortingen nivelleren.
  • Je kunt het onderscheid maken tussen het marginale en het gemiddelde tarief.
📖

Voorbereiden voor de les

1 min

§ 2.2.3 Heffingskortingen — lees de tekst en let vooral op het onderscheid tussen de algemene heffingskorting en de arbeidskorting.

Schijf Belastbaar inkomen Tarief
1 € 0 – € 25.000 35%
2 € 25.000 – € 70.000 45%
3 boven € 70.000 55%

Algemene heffingskorting € 2.000 · arbeidskorting € 1.500

Neem dit over in PLENDA
🧠

Zo werkt het — nivellering aantonen

10 min

Nivellering toon je nooit aan met bedragen alleen; je hebt percentages nodig.

Rick
€ 22.000
Sanne
€ 55.000
Tarik
€ 110.000
Druk zónder korting 35,0% 40,5% 46,4%
Druk mét korting 19,1% 34,1% 43,2%
Daling 15,9 pp 6,4 pp 3,2 pp

Alle drie krijgen exact hetzelfde bedrag aan korting: € 3.500. Maar voor Rick is dat een veel groter deel van zijn inkomen. Daarom dalen de relatieve inkomensverschillen: dat is nivellering.

Formuleer het op de toets altijd zo: "de gemiddelde heffingsdruk daalt bij het lage inkomen met méér procentpunten dan bij het hoge inkomen, dus de relatieve inkomensverschillen worden kleiner." Dat is het antwoord dat punten oplevert.

🤝

Samen — twee stellingen

9 min
Stelling 1. "Een heffingskorting van € 2.000 is voor iedereen even veel waard." Klopt dat?
Stelling 2. "Heffingskortingen maken het stelsel progressiever dan het schijvenstelsel alleen." Onderbouw met de tabel.
De overheid wil € 3,5 miljard uitgeven om lage inkomens te steunen. Wat helpt hen meer: de algemene heffingskorting met € 500 verhogen, of het tarief van schijf 1 met 2 procentpunt verlagen? Bereken het voor Rick.

Even checken

3 min
Wat is het marginale tarief van Rick? En van Tarik?
Wordt het gemiddelde tarief ooit hoger dan het marginale tarief?
✏️

Zelfstandig

14 min

Drie inwoners met alleen recht op de algemene heffingskorting van € 2.000 (zij hebben geen inkomen uit arbeid, maar een uitkering of pensioen):

Ans € 18.000  ·  Bilal € 46.000  ·  Carmen € 92.000

  1. Bereken voor alle drie de bruto loonheffing.
  2. Bereken voor alle drie het te betalen bedrag en de gemiddelde heffingsdruk.
  3. Toon met procentpunten aan dat er nivellering optreedt.
  4. Stel dat zij wél arbeidskorting krijgen. Voor wie verandert de gemiddelde druk dan het meest? Reken het uit voor Ans en Carmen.
🚀

Klaar? Dan dit

De arbeidskorting is in werkelijkheid inkomensafhankelijk: boven een bepaald inkomen wordt hij afgebouwd.

  1. Waarom zou de overheid de korting juist aan werkenden geven?
  2. Wat doet die afbouw met het effectieve marginale tarief van iemand in de afbouwzone? Denk goed na: je betaalt meer belasting én je raakt korting kwijt.
🔄

Afsluiten

2 min
Welke van de drie doelen zit al goed?
🔁

Terugblik

4 min
Hoe toon je nivellering aan: met bedragen of met percentages?
Noem het verschil tussen de algemene heffingskorting en de arbeidskorting.
🎯

Doelen

1 min
  • Je kunt een volledige belastingberekening vlot en foutloos uitvoeren.
  • Je kunt een beleidsvoorstel beoordelen op nivellerend of denivellerend effect.
🧠

Zo werkt het — beleid beoordelen

9 min

Een politieke partij stelt voor: schijf 3 omhoog van 55% naar 58%, en de algemene heffingskorting omlaag van € 2.000 naar € 1.500.

1
Pak twee inkomens die ver uit elkaar liggen. Neem Rick (€ 22.000) en Tarik (€ 110.000).
2
Reken per persoon het oude en het nieuwe bedrag uit. Rick: schijf 3 raakt hem niet, maar hij verliest € 500 korting. Tarik: betaalt 5% extra over € 40.000 én verliest € 500 korting.
3
Vergelijk de gemiddelde druk vóór en ná. Stijgt die bij het lage inkomen met méér procentpunten, dan is het beleid denivellerend.

Het voorstel doet twee dingen tegelijk, en die trekken aan verschillende kanten. Dat is precies het type vraag dat op de toets komt: je moet allebei de effecten benoemen en dan pas concluderen.

🤝

Samen — reken het voorstel door

10 min
Bereken samen wat Rick oud en nieuw betaalt.
En Tarik?
Wat is de conclusie: nivellerend of denivellerend? En welke van de twee maatregelen weegt het zwaarst?

Even checken

3 min
Een maatregel raakt alleen schijf 3. Wie merkt daar niets van?
Kan een maatregel de belasting voor iedereen verhogen en tóch nivellerend zijn?
✏️

Zelfstandig — drie voorstellen

18 min

Gebruik steeds Ans (€ 18.000), Bilal (€ 46.000) en Carmen (€ 92.000), allen met beide heffingskortingen.

Voorstel A: schijf 1 van 35% naar 32%.
Voorstel B: algemene heffingskorting van € 2.000 naar € 3.000.
Voorstel C: de grens van schijf 3 omhoog van € 70.000 naar € 85.000.

  1. Bereken per voorstel wat elk van de drie erop vooruit- of achteruitgaat in euro's.
  2. Bepaal per voorstel of het nivellerend of denivellerend werkt. Onderbouw met de gemiddelde druk.
  3. Welk voorstel is het gunstigst voor de laagste inkomens? En welk voor de hoogste?
  4. Schrijf in vijf zinnen een advies aan de regering, als je doel nivellering is.
🚀

Klaar? Dan dit

Bedenk zélf een maatregel die de schatkist per saldo niets kost (wat je aan de ene kant weggeeft, haal je aan de andere kant op) maar die wél nivelleert. Reken hem door voor Ans, Bilal en Carmen en laat zien dat het klopt.

🔄

Afsluiten

3 min
Welke stap in de berekening kost jou nog de meeste moeite?
Volgende week: hoe kan het dat iemand met € 145.000 bruto niet over € 145.000 belasting betaalt?
📅 Hele planning van dit blok
Les
00:00
← → of spatie · Esc sluit