Noem twee van de vier oorzaken waardoor een vraaglijn verschuift.
Het OV wordt duurder. Welke kant schuift de vraaglijn naar fietsen op?
🎯
Wat je aan het eind van dit uur kunt
2 min
- Je kunt uitleggen waarom een aanbodlijn stijgt.
- Je kunt van individuele aanbodlijnen een collectieve aanbodlijn maken.
- Je kunt de drie oorzaken van een verschuiving van de aanbodlijn benoemen.
- Je kunt uitleggen wat een heffing of subsidie met het
aanbod doet.
📖
Voorbereiden voor de les
1 min
Hoofdstuk 8 — de paragraaf over het aanbod.
Neem dit over in ✓PLENDA
🧠
Zo werkt het — de aanbodlijn
11 min
1
Een fietsenmaker knapt fietsen op en verkoopt ze. Bij een prijs van € 60 is dat nauwelijks
de moeite waard; bij € 200 gaat hij er dag en nacht mee door.
Hoe hoger de prijs, hoe meer er wordt aangeboden. Daarom stijgt een aanbodlijn.
2
Tel bij elke prijs het aanbod van álle verkopers bij elkaar op en je hebt de
collectieve aanbodlijn.
3
Drie oorzaken van verschuiving: de prijzen van de productiefactoren
(onderdelen, loon, huur), de technische ontwikkeling, en het aantal aanbieders.
4
Een heffing maakt aanbieden duurder: de aanbodlijn schuift omhoog
(naar links). Een subsidie doet precies het omgekeerde.
Let op de valkuil: omhoog en naar links is bij een aanbodlijn hetzelfde
ding. Kijk altijd of er bij dezelfde prijs méér of minder wordt aangeboden.
🤝
Samen — drie fietsenmakers
10 min
Bij elke prijs bieden zij dit aantal opgeknapte fietsen per maand aan:
| Prijs |
Bram |
Céline |
Dilan |
Samen |
| € 60 |
2 |
0 |
1 |
… |
| € 120 |
5 |
4 |
3 |
… |
| € 200 |
9 |
8 |
7 |
… |
Vul samen de kolom "Samen" in. Wat voor lijn krijg je als je die punten verbindt?
Céline biedt bij € 60 helemaal niets aan. Waarom zou dat zijn?
Stijgt of daalt een aanbodlijn? En waarom?
De prijs van fietsonderdelen stijgt. Welke kant schuift de aanbodlijn op?
- Teken de collectieve aanbodlijn van Bram, Céline en Dilan uit de tabel hierboven.
- Er komt een vierde fietsenmaker bij die bij € 120 zes fietsen aanbiedt. Teken de nieuwe
collectieve aanbodlijn erbij en beschrijf wat er verandert.
- De gemeente geeft € 30 subsidie per opgeknapte fiets. Welke kant schuift de aanbodlijn op?
Leg uit met de redenering van de fietsenmaker.
- Een nieuwe machine maakt opknappen twee keer zo snel. Welke van de drie oorzaken is dit,
en welke kant schuift de lijn op?
Klaar? Maak dan de opdrachten bij deze
paragraaf uit je lesbrief.
Vraaglijn en aanbodlijn: welke stijgt, welke daalt, en waarom?
Volgende week zetten we ze in één diagram. Wat denk je dat er gebeurt op het
punt waar ze elkaar kruisen?